Posts tonen met het label Standards. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Standards. Alle posts tonen

donderdag 3 mei 2012

Wanneer is security effectief?

In de rol als Security Manager heb ik in het verleden verschillende voorstellen gedaan voor nieuwe security trajecten. De beslissers die ik tegenover me trof waren op dat moment eigenlijk maar in één ding geïnteresseerd: ‘Wat is de Return On Security Investment?’ Of te wel: ‘Al zet je tien slagbomen voor ons kantoor, ik wil weten wanneer ik die euro’s terugverdien’.

Als beslisser kun je jezelf vandaag de dag echter niet meer onttrekken aan een gefundeerde mening over security. Of je wordt persoonlijk aansprakelijk gesteld, of de reputatie van jouw organisatie wordt geschaad. Dit kan al door een simpele USB-stick die een van je medewerkers verliest.  Je moet er grip op krijgen!

De vraag is echter: Wanneer vind je security effectief?

Voor iedereen binnen een organisatie zal dit een ander antwoord opleveren. Zo zal de directie geïnteresseerd zijn in de organisatiebrede verdeling van verwantwoordelijkheden en budgetten voor security. De IT-Manager wil graag weten in hoeverre securityprocessen (vulnerability management, patch management, incident management) effectief zijn. De business unit manager wil graag weten in hoeverre zijn processen veilig en effectief door IT-security ondersteund worden. De IT-Security Officer is op zoek naar de effectieve werking van security oplossingen. De Corporate Security Officer heeft van nature interesse in alle bovenstaande zaken, dat legt zijn functie hem op.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de individuele waardebeleving rondom security.  Een ander aandachtspunt hierbij is dat iedereen de lat voor zichzelf op een andere hoogte legt. Dit heeft direct te maken met het accepteren van restrisico’s. Het risicoprofiel van de organisatie speelt hierin naar mijn mening een grote rol.

Omdat de informatiebehoefte zo verschilt per rol in de organisatie moet security monitoring & rapportage hiermee rekening houden. Een samenhangende verzameling security metrics zal die gemengde informatiebehoefte moeten invullen. Voor mijzelf komt hier de samenhang tussen mens, proces en techniek om de hoek kijken. Voor ieder van die drie aandachtspunten zullen security metrics opgenomen moeten worden in de rapportage. De onderstaande tabel geeft enkele voorbeelden.

Categorie
Voorbeeld
Mens
·         Aantal medewerkers die de awareness training hebben doorlopen.
·         Aantallen afdrukken die op de printer zijn achtergelaten.
·         Naleving van de Clean Desk Policy.
·         Aantallen mails met vertrouwelijke data naar ‘privé’-accounts.
Proces
·         Gemiddelde tijd om incidenten op te lossen.
·         Gemiddelde kosten om kwetsbaarheden te identificeren en op te lossen.
·         Percentage systemen die gepatched zijn op het vereiste niveau.
Techniek
·         Aantal tegengehouden DDOS-aanvallen.
·         Aantal virussen die zijn ontdekt.
·         Aantal virusuitbraken die zijn voorkomen.
·         Aantal botnets die zijn ontdekt.


Momenteel zijn verschillende fabrikanten van securityproducten in staat om grote hoeveelheden informatie te rapporteren. Op basis van SIEM-oplossingen en GRC-oplossingen worden adviezen gegeven en workflows in gang gezet om geconstateerde misstanden op te lossen. Zo kan de RSA Envision SIEM-oplossing méér dan 1500 standaard rapporten opleveren. Een GRC-oplossing is in staat om te rapporteren over een totaal framework als COBIT met honderden controls en bijbehorende metrics, die voornamelijk gericht zijn op processen.

Het is bijna onmogelijk om hieruit een effectieve standaardrapportage te kiezen die recht doet aan de verschillende waardebelevingen met betrekking tot security, zoals ik die bovenstaand heb aangegeven.  

Is er tot nu toe dan geen set security metrics samengesteld die inspeelt op individuele wensen en de drie aandachtspunten mens, proces en techniek? Het antwoord is ja, en nee!

Er zijn verschillende initiatieven. Binnen COBIT 5.0 is de bijdrage van IT (en daarmee IT-security) aan de business centraal komen te staan. Zoals ik al eerder aangaf is COBIT erg procesgeoriënteerd. ISO 27004 geeft een richtlijn voor security metrics met betrekking tot het security management proces (ISO 27001). NIST heeft op basis van SP 800-55 een richtlijn opgesteld voor security metrics die meer technisch geörienteerd zijn. Het Center for Internet Security heeft een verzameling metrics samengesteld die grotendeels procesgeoriënteerd zijn.

Andrew Jaquith heeft met zijn boek SecurityMetrics: Replacing Fear, Uncertainty, and Doubt’ in mijn ogen de beste kijk op security metrics neergezet. Dat is onderbouwd door de periodieke MetriCon meetings waar indringend gediscussieeerd wordt over de juiste security metrics. In hoofdstuk 10 bouwt Jaquith een ‘Balanced Security Score Card’ op met de indeling: financieel, klant, intern proces en leren & groeien. De voorbeelden van security metrics die hij geeft zijn veelzijdig en kunnen goed gebruikt worden om individuele wensen in te vullen. Daarbij is het ook mogelijk om samenhang aan te brengen tussen mens, proces en techniek.

Heeft Jaquith daarmee de ultieme methode en verzameling security metrics te pakken?

Wellicht, maar bedenk goed op welke wijze jouw organisatie stuurt op organisatiedoelstellingen. De balanced scorecard methode, zoals Jaquith in hoofdstuk 10 beschrijft, is van nature een top-down aanpak. Dat houdt in dat midden management en medewerkers mee moeten in de rapportagecultuur en beperkte mogelijkheid hebben tot eigen inbreng. De effectiviteit van security besturen in een organisatie is in mijn ogen sterk afhankelijk van de wijze waarop de organisatie als geheel bestuurd wordt. En de balanced score card past daar misschien niet bij.

Als je in jouw organisatie de effectiviteit van security duidelijk wilt maken, houd dan goed rekening met de individuele wensen. En probeer samenhang aan te brengen tussen mens, proces en techniek. Als je al gebruik maakt van standaardrapportages houd die dan eens tegen het licht en bekijk of ze voldoen aan die individuele wensen. Pas ze zonnodig aan.
Heb jij specifieke ervaringen op dit gebied, of heb je een uitgesproken mening over de waarde van security? Laat die dan weten! Alvast bedankt.  

donderdag 15 maart 2012

Apps die jouw informatie versturen zonder je toestemming!

Gisteren berichtte ik nog over een onderzoek van de Sunday Times waarin apps vertrouwelijke informatie bleken te versturen naar India en China. Vandaag zijn verschillende organisaties in de Verenigde Staten aangeklaagd voor het distribueren van dit soort apps. Het betreft Facebook, Apple, Twitter, Yelp en 14 andere organisaties. Dit bericht geeft aan dat het ecosysteem rondom appstores onder het vergrootglas ligt. Ik ben ervan overtuigd dat app-whitelists een goede maatregel zijn om dit probleem te adresseren.

De Australische Department of Defence (Intelligence & Security) heeft in 2011 een top 35 maatregelen opgesteld waarmee een groot aantal cyberaanvallen op Australische overheidsinstellingen zijn tegen gehouden. Sterker nog, met de top vier maatregelen zijn in 2010 meer dan 80% van de aanvallen tegengehouden. De top vier maatregelen bestaat uit:
  • Patchen van operating systems.
  • Patchen van applicaties.
  • Beperken van admin rechten.
  • Toepassen van applicatie-whitelists.
Als een maatregel als applicatie-whitelists goed werkt in een Windows-omgeving, is het dan een goede maatregel voor smartphones?

Android stelt aardig wat eisen aan de gebruiker als het gaat om security. Apple daarentegen veel minder. Bij Android wordt een gebruiker gevraagd bewust in te stemmen met het toewijzen van allerlei rechten aan nieuwe apps. Dit kan echter doorslaan in het toekennen van teveel rechten. En daar kunnen kwaadaardige apps misbruik van maken zonder dat gebruikers dat door hebben.  

In een onderzoek bij standaard Android smartpones is gebleken dat het permissiemodel door verschillende modellen niet op de juiste manier is geimplementeerd. En daar kunnen kwaadaardige apps vrij eenvoudig misbruik van maken. Gebruikersinformatie wissen, SMS-berichten versturen of ongevraagd gesprekken opnemen behoren tot de mogelijkheden.

App-whitelists bieden hier een goede uitkomst hoewel ze natuurlijk de vrijheid beperken die je de gebruikers bij Bring Your Own Device wilt geven. Een oplossing die hierbij helpt is het afschermen van bepaalde API's zodat alleen goedgekeurde applicaties worden toegelaten. Daarnaast zouden bepaalde apps en signatures van ontwikkelaars op een blacklist gezet kunnen worden. 

Het toepassen van app-whitelists is niet eenvoudig, maar er zijn goede resultaten mee behaald in de Windows-omgeving. Gelukkig ontwikkelen verschillende security vendors betere anti-malware oplossingen voor mobiele apparaten waar ook whitelists tot de mogelijkheden behoren.

Speelt Bring Your Own Device bij jou in de organisatie? Bespreek dit dan vanaf het begin met de gebruikers. Zoek naar de juiste balans tussen individuele gebruikerservaring (onbeperkte functionaliteit) en goede beveiliging (o.a. app-whitelists). Gebruikers zijn in mijn ogen echt aan te spreken op de verantwoordelijkheid die ze hebben bij het verwerken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Zeker als ze dat doen op hun eigen apparatuur, in hun eigen omgeving en via een provider die ze zelf hebben gekozen.

Ga niet uit van de standaard security van smartphones!

Met meer dan twintig jaar ervaring op het snijvlak van IT en organisatie verbaas ik me elke dag weer over de staat van security binnen organisaties. BYOD brengt de IT-afdeling in verwarring waardoor de rem erop gaat. Security speelt daarbij een belangrijke rol. Dat is terecht, maar het gesprek met de gebruikers moet wel gevoerd worden!


woensdag 7 maart 2012

‘Privacy is een doodgeboren paard’ (NRC Next, 7 maart 2012)


De nieuwe iPad is vandaag aangekondigd en ik besluit te berichten over privacy. Het zijn onvoorstelbare getallen waar Apple ons mee overdonderd: 315 miljoen IOS-apparaten verkocht, waarvan 65 miljoen in het laatste kwartaal van 2011 (Webwereld.nl). Daarbij komt dat er meer dan 585.000 apps in de appstore staan waarvan 200.000 voor de iPad.

Onvoorstelbaar? Ga even zitten!

Er zijn meer dan 25 miljard apps gedownload! Dat is gemiddeld 80 apps per iPhone of iPad!

Ik wil dan toch wijzen op een rapport van ENISA waarin meer dan 65 risico’s in het ecosysteem van de Appstore en Android market zijn geïdentificeerd.  Als organisatie heb je geen controle meer over de aanschaf of ontwikkeling van veilige software. Dat ligt in handen van potentieel 585.000 individuele app-ontwikkelaars, Apple, Google en RIM (BlackBerry). Hoezo, privacy met zoveel iPads, apps en risico’s?  

En dat heb je binnen de muren van je organisatie toegelaten. Erger nog, ook buiten de muren van je organisatie, waar medewerkers onder het genot van een kopje Starbucks koffie vertrouwelijke klant- of patiëntgegevens zitten te verwerken.

Wat moet je dan met de titel van deze blogpost: ‘Privacy is een doodgeboren paard’?

Het artikel gaat in op de geschiedenis van privacy en stelt dat ‘privacy al 200 jaar wordt bedreigd met uitsterven. En zo hoort het!’

Vandaag is ook de dag van de Big Brother Awards, voor ‘de grofste privacyschenders van het jaar’. Hierin neemt de overheid een groot deel van de genomineerde instanties voor haar rekening. Daarbij komt dat de Europese Unie recent nog met wetsvoorstellen is gekomen voor strengere online privacybescherming. Kortom, het is een onderwerp dat aandacht verdient en ook krijgt.

Privacy is volgens de auteur van het artikel (Lynn Berger) een bedreigde diersoort. De aandacht voor een bedreidge diersoort ontstaat als de bedreiging reëel is. Anders is het de aandacht niet waard. Het speelt geen enkele rol als we onze dagelijkse bezigheden op sociale media neerzetten. Maar als Google op 1 maart de privacyvoorwaarden van al haar individuele producten stroomlijnt stromen de media weer vol met tips, trucs en waarschuwingen.

Privacy is natuurlijk niet een technologie-gebonden issue! Het fotograferen van straten door Google wordt in ieder land anders beleefd. Topless zonnen is in Nederland ook aanvaard, terwijl het in Amerika ondenkbaar is. Daarentegen spreken Amerikanen honderduit over hun salaris en zijn de kaken daarover in Nederland stijf op elkaar gesloten.

Voor de oude Grieken was duidelijk dat deelname aan debat een beter mens van je maakte. Je moest wel deelnemen aan het openbare leven, waardoor je privacy onder druk kwam te staan. Ronddwalen in je eentje kon in de Middeleeuwen een teken van krankzinnigheid zijn.

In de achttiende eeuw is de mens begonnen met het opnieuw erkennen van privacy. Denk aan aparte kamers in de architectuur en stemhokjes. Sindsdien hebben zowel groepen en geloofsgemeenschappen in de samenleving, als koningshuizen zich beklaagd over gebrek aan privacy. Het ‘interview’ werd in Europa gezien als een inbreuk op de privacy, terwijl het ontstond in Amerika waar de hang naar details over het privéleven toenam.

Privacy is altijd ‘tegen’ iets: staatsinvloed of –inmenging, sociale bemoeienis, journalistieke nieuwsgierigheid. Het balanceert op de rand van de steeds veranderende samenleving. Iedere schending van privacy is een ‘ijkmoment’. Privacy gaat over de grens tussen publiek en privé.

OK, mooi dat historisch besef! Maar hoe moet je daar nou mee omgaan?

Je moet er niet voor weglopen. Door de grens op te zoeken, het positief te benaderen en het debat erover te voeren is het voor zowel voor- als tegenstanders duidelijk waar de grens ligt. Het is een discussie binnen jouw organisatie, waar alle controle over aanschaf of ontwikkeling van veilige software weg is gevallen. Dat geldt ook voor de beheersbaarheid van veilige omgang met vertrouwelijke informatie door je collega’s. Zij werken buiten de deur op eigen apparatuur en leggen contact via een, door henzelf gekozen, provider.

Kortom, je zult als CEO, CIO of Security Officer een weg moeten vinden om verloren terrein goed te maken. Volgens mij is het meer dan gerechtvaardigd om de discussie aan te gaan over het monitoren van gebruikersgedrag, lees ‘de veilige omgang met vertrouwelijke informatie buiten de grenzen van de organisatie’. Het historisch besef van privacy, waar het geciteerde artikel een mooie beschrijving van geeft, helpt je bij het aangaan van die discussie.

Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft trouwens een goede richtlijn opgesteld voor het monitoren van gebruikersgedrag (internet/email): ‘Goed werken in netwerken’. Daarin staan goede vuistregels. 


Monitoren van gebruikersgedrag is een essentiële component van de beveiliging binnen de organisatie. Dit heb ik ook in de vorige blog post 'Security en Het Nieuwe Werken' aangegeven. 

Lynn Berger is auteur voor o.a. NRC Next. Zij werkt aan een proefschrift over de geschiedenis van privacy aan de Colombia University in New York. Ikzelf werk al meer dan 20 jaar op het snijvlak van organisatie en IT. Daarvan richt ik me de laatste 12 jaar op security.